historie: Jo Martens

Jo Martens

Jarenlang behoorde veldrijder Jo Martens bij de amateurs tot de kanshebbers voor het Nederlands kampioenschap. Maar de crosser uit de Sint-Jozefparochie in Deurne slaagde er nooit in om op het podium te komen. Twee keer legde hij beslag op een vierde plaats en eenmaal werd hij vijfde. Sinds 1 januari 1986 reed de toen 40-jarige Martens bij de veteranen en nog geen twee weken later veroverde hij zijn eerste rood-wit-blauwe tricot. “Als amateur trainde ik misschien wel te hard. Ik trainde altijd met beroepsrenner Frank van Bakel en dat was wat teveel van het goede. Ik was zondags bij de start van de wedstrijd nog moe van de harde training, die ik doordeweeks deed. Ik had in die jaren gewoon meer rust moeten inlassen, dan had er misschien wel meer ingezeten,” stelde Martens toen. “Ik behoorde in de Nederlandse wedstrijden altijd tot de beste crossers, maar in het buitenland kwam ik tekort. Zeker als het bergop ging.” Op zestienjarige leeftijd kreeg Martens een ongeluk met mijn bromfiets . Daarbij scheurden zijn kniebanden en meniscus en brak hij zijn knie. “Ik kon daardoor niet goed bergop lopen en fietsen en bij een gevaarlijke afdaling reed ik altijd met schrik in de benen.” Jo Martens was aanvankelijk een getalenteerd en fanatiek voetballer bij SJVV in Deurne. Door de problemen met zijn knie moest hij afhaken als voetballer en daarom ging hij op zoek naar een andere sport. Via enkele Deurnese renners kwam hij in aanraking met de wielersport.”Ik was al 23 jaar toen ik mijn wielerdebuut maakte bij de Limburgse Wielerbond. Dat ging me niet slecht af en zeker in de velritten kon ik mijn mannetje staan. Ik won toen bij de NWB alle crossen en daarom ben ik vier jaar later alsnog overgestapt naar de KNWU. Ik had bij de NWB geen tegenstand meer en dan gaat de aardigheid er ook vanaf.” Jarenlang combineerde hij de wegwedstrijden en de veldritten. Hij won k bij de KNWU zo’n 25 veldritten. “Het liefst reed ik op een zwaar zandcircuit. Dat ging mij het beste af. Ik heb altijd goed kunnen lopen en dat kwam op zo’n parcours goed van pas. “In 1986 werd Jo Martens geselecteerd voor het wereldkampioenschap in het Belgische Lembeek. Door de vele regen en sneeuw was het parcours loodzwaar geworden. Dat leek op het lijf geschreven van de krachtpatser uit Deurne. “Ik had me er ook erg veel van voorgesteld. Maar net in die tijd moest mijn jongste dochter in het ziekenhuis opgenomen worden. Dat is altijd een zorgenkindje geweest, dat me veel bezig heeft gehouden. Ik was in Lembeek geestelijk enorm aangeslagen en zat zo in de put, dat ik de wedstrijd niet tot een goed einde heb kunnen brengen,” vertelde de sympathieke ex-crosser later. “Daarna heb ik helaas nooit een kans meer gekregen. De zenuwen speelden mij bij het Nederlands kampioenschap te vaak parten en die wedstrijd is toch altijd van doorslaggevende betekenis voor de WK-selectie. ” Hoewel Jo Martens al op 35-jarige leeftijd bij de veteranen mocht rijden, bleef hij toch nog enkele jaren bij de amateurs fietsen. “Ik heb het altijd met enorm veel plezier gedaan en kon nog regelmatig in België fietsen. Bij de veteranen kon je uitsluitend in Nederland koersen en daarom ben ik zo lang mogelijk amateur gebleven. Ik vond het wel genoeg en ben daarom op 1 januari 1986 overgestapt naar de veteranen.” Een dag later won hij in Zeddam meteen al zijn eerste wedstrijd in de nieuwe omgeving. Na zijn overwinning in Zeddam was Jo Martens uiteraard de grote kanshebber voor de Nederlandse titelstrijd in Sint Michielsgestel. “Ik heb de eerste twee ronden flink doorgereden en toen had ik al een voorsprong van bijna een halve minuut. Het was beslist niet mijn favoriete parcours, maar mijn belagers konden toch niet dichterbij komen. Ik stond er zelf van te kijken, dat ik zo gemakkelijk won.” Zijn training beperkte zich toen tot het op en neer fietsen naar zijn werk in Eindhoven. In de zomer, als de dagen langer zijn, had hij meer tijd om te trainen. Dan reed hij ATB-wedstrijden en ook dat ging uitstekend. “De weg heb ik laten schieten, want bij het mountainbiken behoorde ik lange tijd tot de besten van Nederland.” Na zijn actieve wielercarrière fungeerde Jo Martens jarenlang als mecanicien van mountainbiketeams en de nationale selectie. Daarnaast bleef het sleutelen aan het materiaal een hobby. Zijn plotselinge overlijden was een slag voor veel wielerliefhebbers