historie: Mirella van Melis

Mirella van Melis

Mirella van Melis ziet toekomst zonnig in. Tijd komt nog wel Op de vraag hoe het met hoor gaat zegt Mirella von Melis (24) volmondig en zonder aarzeling:’goed’. Het tekent de positieve levenshouding van de renster uit de ploeg Vlaanderen T-lnterim. ln het Belgische Zwijnaarde, onder de rook van Gent, heeft de voormalig Europees en wereldkampioene helemaal haar thuis gevondenen in november stapt ze bovendien het huwelijksbootje. Op de fiets gaat het echter stukken minder goed. Kwetsuren van allerlei aard hebben een stokje gestoken voor een verdere progressie. Hoe was dit seizoen tot dusver? Mirella van Melis: “Nou, nog niet echt super. Na mijn val in de Tour de l’Aude van vorig jaar, kon ik in september pas weer terug in koers. Dat jaar ging dus grotendeels al verloren. Aan het begin van dit seizoen raakte ik opnieuw aan de sukkel omdat mijn bekken scheef stond. ln de Tour de l’Aude ben ik opnieuw af moeten stappen, nu wegens een cyste. lk kon niet meer op mijn zadel zitten. De antibioticakuur die daarop volgde, heeft mijn conditie natuurlijk ook geen goed gedaan. Het voorseizoen was dus alweer voorbij zonder dat ik echt iets heb kunnen laten zien. Gelukkig ben ik nu weer klachtenvrij.” Toch slaagde je erin even nog overwinninkje mee te pikken. “In periodes zonder klachten, rijd ik eigenlijk ook meteen wel goed. Het probleem is alleen dat ik tijdens het opbouwen steeds wel weer een terugslag kreeg. Dan kun je weer van voor af aan beginnen. Op die manier kwam ik in een vicieuze cirkel terecht. Daarbij is het extra jammer dat ik de Tour de l’Aude niet uit heb kunnen rijden. Tegen zo’n koers kun je niet op trainen. lk had daar een belangrijke basis kunnen leggen. Maar goed, de volgende wedstrijd is weer de belangrijkste. Hopelijk lukt het me om van het NK nog iets te maken.” Ben je door het gekwakkel niet op het tweede spoor beland bij de ploeg? “Nee, want ze zien dat ik wel mijn best doe. Niemand kan er iets aan doen dat ik met veel tegenslag te kampen heb gehad. Ik stel me positief op en wil graag voor de ploeg rijden. Als Debby Mansveld beter is, dan rijd ik zonder problemen voor haar. Dat wordt binnen de ploeg wel gewaardeerd.” Je woont inmiddels tien maanden in België. Heb je er je draai gevonden? “Het bevalt me hartstikke goed. Om te trainen is het hier ideaal, dicht bij de Vlaamse Ardennen. Bij ons in het dorp vertrekt altijd een trainingsgroep, waar ik me vaak bij aansluit. Er zijn wat coureurs bij, maar ook veel toeristen. Die maken er een koers van. Ze zijn niet te beroerd om je vol in de wind te zetten. Op de bergjes willen ze allemaal als eerste boven komen. Al die mannen willen natuurlijk voor een vrouw niet onder doen. Ik heb er daarom goede competitie aan.” Daarnaast sta je nu letterlijk en figuurlijk wat dichter bij de ploeg. “Dat is een groot voordeel. Debby woont tegenwoordig ook in België, net aan de andere kant van Gent. We kunnen nu ook aan de groepstrainingen meedoen. Dat is wel goed voor de sfeer Eerst kwam dat er niet van, want je gaat niet een paar uur rijden voor een traininkje. Al met al zit ik hier goed: dit is waarvoor ik gekozen heb.” ls Mansveld in de loop der jaren een vriendin van je geworden? “Ach, wat is een vriendin? We hebben nooit problemen met elkaar gehad. We kunnen goed met elkaar overweg, komen ook wel eens bij elkaar over de vloer. Logisch dat je een beetje naar elkaar toetrekt. Wij zijn toch de Hollanders hier België. Maar aan de andere kant blijft Debby ook gewoon een concurrent.” Door de tegenslag heb je je grote belofte nog niet kunnen inlossen. Waar is de stijgende lijn precies doorbroken? “Feit is dat na mijn Europese titel grote successen zijn uitgebleven. Maar wanneer gebeurt zoiets? lk heb natuurlijk ook nog een tijd met de Ziekte van Pfeiffer gezeten. Het is daarom zo moeilijk aan geven wanneer die lijn precies doorbroken is. Je hebt er op zich niets aan om daar bij stil te staan. Want die belofte inlossen, dat kan natuurlijk nóg altijd! Ik ben nog steeds van plan massasprints te gaan winnen. Als ik goed ben, kan meedoen met de wereldtop. Op moment steekt er eentje bovenuit: Petra Rossner, maar zelfs die heb ik een keer verslagen. Ondanks de pech vind ik fietsen nog altijd leuk. Dat is misschien nog wel het belangrijkste. Maar ja als je goed presteert en wint is het nóg leuker.” (Uit: Cyclosprint Nederlandse editie 2003. Tekst: Ard Bierens)